Toen Nicoline van der Sijs in 2001 het proefschrift Etymologie in het digitale tijdperk publiceerde, voorspelde zij dat de sterke toename van digitale bronnen in...
Op 6 december 1779, vandaag precies 231 jaar geleden, stuurde de zus van matroos Jacob Smit haar broer een pakketje met sinterklaascadeautjes. De zus woonde...
Vorige week is de website www.mennoterbraak.nl gelanceerd. Bijzonder aan deze website is dat je naast de gedigitaliseerde versie van een tekst vaak het origineel te...
Ik kan het hem niet meer vragen, maar ik denk dat mijn vader Toon Hermans de grootste Nederlandse woordkunstenaar vond. Mijn vader speelde zelf ook...
Rijm en metrum
Rijm betekent in de ruimste zin van het woord herhaling van klanken.
Meestal bedoelt men daarmee herhaling van klank aan het eind van een regel (eindrijm).
Als je rijm ordent naar plaats en klank onderscheidt men:
Beginrijm (ook wel alliteratie) Dicht bij elkaar staande beklemtoonde lettergrepen hebben dezelfde medeklinker: Ik ben geboren uit zonnegloren En een zucht van deziedende zee (Jacques Perk)
Halfrijm (ook wel klinkerrijm of assonantie) Hierbij rijmen alleen de klinkers: 't Meisken nam haren mantel Ende si ginck eenen ganc Al voor haers vaders poorte, Die si ontsloten vant (Uit: Het daghet in den Oosten)
Volrijm De rijmende woorden (inclusief de laatste beklemtoonde klinker) eindigen hetzelfde: hing - ding roken - doken
Rime riche ( rijk rijm) De rijmende klanken zijn hetzelfde: noot - nood het avondlicht - in de avond ligt
Eindrijm kun je ook indelen op grond van het aantal rijmendelettergrepen.
Staand rijm De laatste, beklemtoonde lettergreep rijmt: gaan - staan gedruis - sluis
Slepend rijm Een beklemtoonde rijmende lettergreep wordt gevolgd door een onbeklemtoonde lettergreep: kopen - lopen eter - beter
Glijdend rijm Een beklemtoonde rijmende lettergreep wordt gevolgd door twee onbeklemtoonde lettergrepen: kabbelen - babbelen kinderen - hinderen
Dikkertje Dap
Rijmschema's
Als je rijmende woorden aan het eind van een regel dezelfde letter geeft, ontstaat een rijmschema.
We onderscheiden de volgende schema's:
Gepaard rijm: a a b b (c c...) Fraeye historie ende al waer Mach ic u tellen, hoort naer. Het was op enen avontstonde Dat karel slapen begonde Tengelem op den rijn. Dlant was alle gader sijn.
Omarmend rijm: a b b a (c d d c... ) Natuur is voor tevredenen of legen. En dan: wat is natuur nog in dit land? Een stukje bos, ter grootte van een krant, Een heuvel met wat villaatjes ertegen.
"Wat doe ik met twee? - Wat heb ik er an? "Zoo'n tweede sieraad "Van mijn huwelijksstaat, "Die in 's levens ontlokenen dageraad "Zich reeds tweemaal alhier te verslikken staat, "Terwijl hy, in toomloozen overdaad, "Zijn buik als een pakschuit op marktdag laadt, "En zijn ouders vertroost met de hoop op zwart zaad, "Pak jy, kameraad! "Maar spoedig je biezen en poets me de plaat. "Jy, klaplooper, voort! of wy krijgen 't te kwaad.
In taaluitingen zit ritme. Ritme komt tot stand door afwisseling van meer of minder beklemtoonde lettergrepen. Als dat ritme een bepaalde regelmaat heeft, spreekt men van metrum.
Regelmaat kun je aangeven met 'versvoeten'. Versvoeten zet je tussen staande streepjes ( je noemt dit scanderen). Beklemtoonde lettergrepen (sterk) krijgen het teken - en de minder beklemtoonde (zwak) ∪ .
De meest voorkomende soorten metrum zijn:
jambe ( afwisselend zwak - sterk)
∪ -|∪ -|∪ -|∪ -|∪ -| Een nieu|we len|te en| een nieuw|geluid
Enjambementen worden gebruikt om meer aandacht voor de woorden waarbij ze optreden te vragen, om effecten met het ritme te bewerkstelligen en om de spanning op te voeren.