Abonnee login



Wie is online

 70 gasten 

Hoe spel je ... ?


Enquête

Wat wil jij vooral oefenen?

Taalnieuws

  • De nieuwe woorden van 1910
    Toen Nicoline van der Sijs in 2001 het proefschrift Etymologie in het digitale tijdperk publiceerde, voorspelde zij dat de sterke toename van digitale bronnen in...
  • Schaatsen of schaatsenrijden?
    Het is nu even aan ’t dooien, maar als het een beetje meezit kunnen we binnenkort onze schaatsen weer onderbinden. Als u dat gedaan hebt...
  • Oude post vol taalvondsten
    Op 6 december 1779, vandaag precies 231 jaar geleden, stuurde de zus van matroos Jacob Smit haar broer een pakketje met sinterklaascadeautjes. De zus woonde...
  • De eerste fatsoensrakker
    Vorige week is de website www.mennoterbraak.nl gelanceerd. Bijzonder aan deze website is dat je naast de gedigitaliseerde versie van een tekst vaak het origineel te...
  • Zwezerik? Zwezer jij?
    Ik kan het hem niet meer vragen, maar ik denk dat mijn vader Toon Hermans de grootste Nederlandse woordkunstenaar vond. Mijn vader speelde zelf ook...

De persoonsvorm in de verleden tijd
 sterke werkwoorden
enkelvoud


klinker in de stam verandert:
ik/jij/hij/zij/ het liep, wij/jullie/zij liepen

meervoud


hele stam verandert
ik/jij/hij/zij/het ging, wij/jullie/zij gingen

zwakke werkwoorden
enkelvoud


stam + de(n)
ik/jij/hij/zij/het gooide, wij/jullie/zij gooiden

meervoud


stam + te(n)
ik/jij/hij/zij/het stopte, wij/jullie/zij stopten

Als de stam eindigt op één van de medeklinkers uit 't ex-kofschip of 't ex- fokschaap schrijf je stam + te(n). Anders schrijf je altijd de(n).

Opmerking 1

Bij zwakke werkwoorden als verven en verbazen verandert de
v en z aan het eind van de stam in een f of een s : ik verf , ik verbaas.

In de verleden tijd krijgen ze echter
de(n)  (ik verfde, ik verbaasde) omdat in het hele werkwoord een z en een v staan.

Opmerking 2

Niet alle werkwoorden zijn op bovenstaande manier te vervoegen. Het Nederlands kent een aantal onregelmatige werkwoorden: hebben, kunnen, mogen, willen, zijn en zullen.

Zie ook de pagina: persoonsvorm

OEFENINGEN

1. De verleden tijd van zwakke werkwoorden  

                    2. De verleden tijd van sterke werkwoorden  

              
3. De verleden tijd van zwakke en sterke werkwoorden

                    4. Voltooide deelwoorden voor zelfstandige naamwoorden    

               
5. De verleden tijd van sterke en zwakke werkwoorden en voltooide deelwoorden  

6De tegenwoordige en verleden tijd en deelwoorden van zwakke werkwoorden 

7. De tegenwoordige en verleden tijd van zwakke en sterke werkwoorden

8. Oefening vervoeging hebben en zijn 

               9
.
De tegenwoordige en verleden tijd van zwakke werkwoorden / 

10. De tegenwoordige en verleden tijd van sterke werkwoorden / 

11. Oefening vervoeging onregelmatige werkwoorden

 

  

 

 << terug naar Werkwoordspelling

 

 
RocketTheme Joomla Templates