Volg ons via
Gebruikersnaam
Password
Remember Me
Op zoek naar een professionele taalcoach om uw Nederlands te verbeteren?
De Taalcoach
Op 28 mei gaat de korte documentaire Luistertaal in première. De film is gemaakt door...
Kristin Lemhöfer van de Radboud Universiteit Nijmegen en Gijsbert Rutten van de Universiteit Leiden ontvangen...
Vandaag vindt de presentatie plaats van Dutch. Biography of a Language, de eerste Engelstalige geschiedenis...
Het Franse parlement debatteert vandaag over de vraag of het Engels mag worden gebruikt als...
Minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem heeft dit jaar de Duidelijketaalprijs gewonnen.
Rood gekleurde oefeningen zijn vrij toegankelijk.
Niveau van de oefeningen:
= vooral geschikt voor onderbouw TL havo/vwo (2F)
= vooral geschikt voor de klassen drie en vier havo/vwo/vier TL (3F)
= vooral geschikt voor bovenbouw havo/vwo (4F)
Tussen haakjes staan de vergelijkbare referentieniveaus taal.
Begintoets (niveau brugklas TL havo/vwo)
1. Bepaal de werkwoordsvorm
2. Bepaal je referentiniveau , of
3. Oefening/stappenplan om tot de juiste spelling van een werkwoordsvorm te komen
4. De tegenwoordige tijd
5. De tegenwoordige tijd
6. De tegenwoordige tijd(ik- hij/zij/het- en wij-vorm)
7. De tegenwoordige tijd
8. De tegenwoordige tijd
9. De verleden tijd van zwakke werkwoorden
10. De verleden tijd van sterke werkwoorden
11. De verleden tijd van zwakke en sterke werkwoorden
12. Voltooide deelwoorden voor zelfstandige naamwoorden
13.Oefening werkwoordspelling persoonsvormen in de tegenwoordige en verleden tijd
14. De verleden tijd van sterke en zwakke werkwoorden en voltooide deelwoorden
15. Oefening tegenwoordige en verleden tijd en deelwoorden van zwakke werkwoorden
16. Oefening vervoeging hebben en zijn
17. De tegenwoordige en verleden tijd van zwakke werkwoorden/
18. De tegenwoordige en verleden tijd van sterke werkwoorden /
19. Oefening vervoeging onregelmatige werkwoorden
20. Zwakke, sterke of onregelmatige werkwoorden
21. Voltooide en onvoltooide deelwoorden
22 Persoonsvormen in de tegenwoordige en verleden tijd en deelwoorden
23. Volt. deelwoorden en persoonsvormen in de tegenwoordige en verleden tijd
24. Volt. deelwoorden en persoonsvormen in de tegenwoordige en verleden tijd
25. Gebeurd of gebeurt?
26. Moeilijke voltooide deelwoorden
27. Oefening 1 Engelse werkwoorden
28. Oefening 2 Engelse werkwoorden
29. Oefening 3 Engelse werkwoorden
30. Deelwoorden en persoonsvormen in de tegenwoordige en verleden tijd
31. Deelwoorden en persoonsvormen in de tegenwoordige en verleden tijd
32. Deelwoorden en persoonsvormen in de tegenwoordige en verleden tijd
33. Kruiswoordpuzzel (Volt. deelwoorden en persoonsvormen in de tegenwoordige en verleden tijd)
34. Werkwoorden
Eindtoets TL onderbouw havo/vwo
Eindtoets bovenbouw havo/vwo
Sitemap