| De tussenklank |
|
De tussen -s Hoofdregel
De tussen -e of -en Hoofdregel: Uitzonderingen 1. Woorden die verwijzen naar een unieke persoon of zaak: zonnestraal, maneschijn en Koninginnedag. 2. In bijvoeglijke naamwoorden waarvan het eerste deel alleen maar wordt gebruikt als versterking van het bijvoeglijke tweede deel: apetrots, boordevol, reuzeleuk en beregoed. 3. Het eerste deel van het woord is een zelfstandig naamwoord zonder meervoud: rijstepap en roggebrood. 4. Woorden die historisch gezien wel een samenstelling zijn, maar die niet meer als zodanig worden herkend (we noemen dit versteende samenstellingen): ruggespraak, elleboog. 5. Het eerste deel van het woord is een zelfstandig woord met alleen een meervoud op -s: aspergekweker, etagewoning. 6. Het eerste deel van het woord is een bijvoeglijk naamwoord: hogeschool, blindedarm.
Oefening tussenklank in samenstellingen ![]() ![]()
|



