Toen Nicoline van der Sijs in 2001 het proefschrift Etymologie in het digitale tijdperk publiceerde, voorspelde zij dat de sterke toename van digitale bronnen in...
Op 6 december 1779, vandaag precies 231 jaar geleden, stuurde de zus van matroos Jacob Smit haar broer een pakketje met sinterklaascadeautjes. De zus woonde...
Vorige week is de website www.mennoterbraak.nl gelanceerd. Bijzonder aan deze website is dat je naast de gedigitaliseerde versie van een tekst vaak het origineel te...
Ik kan het hem niet meer vragen, maar ik denk dat mijn vader Toon Hermans de grootste Nederlandse woordkunstenaar vond. Mijn vader speelde zelf ook...
Meervoudsuitgangen
Het meervoud van een zelfstandige naamwoord vorm je door er de meervoudsuitgangen -s, 's, -en of -n achter te schrijven.
De -s schrijf je eraan vast als dat geen probleem voor de uitspraak oplevert: sektes, tantes, printers, logés en bureaus. Als je een fout bij de uitspraak kunt maken schrijf je 's : auto's, piano's, alinea's, baby's, jury's en ski's.
woorden op -ik Je schrijft 2 k's als de klemtoon op ik valt: snikken, blikken, likken en tikken. Je schrijft 1 k als de klemtoon niet op ik valt: monniken, viezeriken en leeuweriken.
woorden op -ie of -ee Je schrijft ën erbij als de klemtoon op de ie of ee valt: feeën, genieën en reeën. Je schrijft n en een trema erbij als de klemtoon er niet op valt: bacteriën, poriën en oliën.
woorden op -f of -s De f wordt meestal een v en de s vaak een z : kloven, staven, laarzen en kluizen. Maar: fotografen, parafen en kaarsen!
Let op: Sommige woorden hebben (ook) een Latijns meervoud: politici, medici, mediums/media, museum/musea.