De Klankencyclopedie van het Nederlands beschrijft in kort bestek het Nederlandse klankgoed.
Meervoudsuitgangen
Het meervoud van een zelfstandige naamwoord vorm je door er de meervoudsuitgangen -s, 's, -en of -n achter te schrijven.
De -s schrijf je eraan vast als dat geen probleem voor de uitspraak oplevert: sektes, tantes, printers, logés en bureaus. Als je een fout bij de uitspraak kunt maken schrijf je 's : auto's, piano's, alinea's, baby's, jury's en ski's.
woorden op -ik Je schrijft 2 k's als de klemtoon op ik valt: snikken, blikken, likken en tikken. Je schrijft 1 k als de klemtoon niet op ik valt: monniken, viezeriken en leeuweriken.
woorden op -ie of -ee Je schrijft ën erbij als de klemtoon op de ie of ee valt: feeën, genieën en reeën. Je schrijft n en een trema erbij als de klemtoon er niet op valt: bacteriën, poriën en oliën.
woorden op -f of -s De f wordt meestal een v en de s vaak een z : kloven, staven, laarzen en kluizen. Maar: fotografen, parafen en kaarsen!
Let op: Sommige woorden hebben (ook) een Latijns meervoud: politici, medici, mediums/media, museum/musea.