| Aaneenschrijven |
|
Voorzetsels, bijwoorden en werkwoorden Voorzetsels die niet bij een werkwoord horen, moet je verbinden met een voorzetsel dat eraan voorafgaat en/of de bijwoorden er, daar, hier en waar : ernaartoe gaan, eraan denken, ertussenuit knijpen. Voorzetsels moet je met een voorafgaand voorzetsel/bijwoord verbinden als ze niet bij een volgend zelfstandig naamwoord horen: Marijke zat voorin, maar Huub zat deze keer achter in het voertuig. Andere regels voor het al dan niet aaneenschrijven van woorden zie: woordenlijst.org
|



