|
Rood gekleurde oefeningen zijn vrij toegankelijk.
Niveau van de oefeningen:
= vooral geschikt voor onderbouw TL havo/vwo (2F)
 = vooral geschikt voor de klassen drie en vier havo/vwo/vier TL (3F)
  = vooral geschikt voor bovenbouw havo/vwo (4f)
Tussen haakjes staan de vergelijkbare referentieniveaus taal.
Bij het onderdeel spelling worden behandeld:
A. De theorie van de spelling van werkwoordsvormen Met de volgende oefeningen:
1. Bepaal de werkwoordsvorm 
2. Oefening/stappenplan om tot de juiste spelling van een werkwoordsvorm te komen
3. De tegenwoordige tijd
4. De tegenwoordige tijd 
5. De tegenwoordige tijd 
6. De tegenwoordige tijd
7. De verleden tijd van zwakke werkwoorden
8. De verleden tijd van sterke werkwoorden
9. De verleden tijd van zwakke en sterke werkwoorden 
10. Voltooide deelwoorden voor zelfstandige naamwoorden
11. Oefening werkwoordspelling persoonsvormen in de tegenwoordige en verleden tijd
12. De verleden tijd van sterke en zwakke werkwoorden en voltooide deelwoorden
13. Oefening tegenwoordige en verleden tijd en deelwoorden van zwakke werkwoorden 
14. Oefening vervoeging hebben en zijn nieuw!
15. De tegenwoordige en verleden tijd van zwakke werkwoorden / 
16. De tegenwoordige en verleden tijd van sterke werkwoorden /
17. Oefening vervoeging onregelmatige werkwoorden  
18. Zwakke, sterke of onregelmatige werkwoorden  nieuw!
19. Voltooide en onvoltooide deelwoorden  
20 Persoonsvormen in de tegenwoordige en verleden tijd en deelwoorden 
21. Volt. deelwoorden en persoonsvormen in de tegenwoordige en verleden tijd  
22. Volt. deelwoorden en persoonsvormen in de tegenwoordige en verleden tijd  
23. Gebeurt of gebeurd ? nieuw!
24. Moeilijke voltooide deelwoorden  nieuw!
25 Deelwoorden en persoonsvormen in de tegenwoordige en verleden tijd   
26. Deelwoorden en persoonsvormen in de tegenwoordige en verleden tijd   
27. Deelwoorden en persoonsvormen in de tegenwoordige en verleden tijd   
28. Kruiswoordpuzzel   (Volt. deelwoorden en persoonsvormen in de tegenwoordige en verleden tijd)
29. Oefening 1 Engelse werkwoorden  
30. Oefening 2 Engelse werkwoorden  
31. Oefening 3 Engelse werkwoorden   
B. De vormen van het werkwoord
Met de volgende oefeningen:
1. Oefening werkwoorden herkennen
2. Oefening werkwoordsvormen
3. Oefening werkwoordsvormen  
C. De belangrijkste spellingregels Met de volgende oefeningen:
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
- Schrijf je de woorden aan elkaar of los?
  
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
TOETSEN
|