canlı maç izle maç izle maç yayınları tatlı tarifleri karikatür


Abonnee login



Wie is online

We hebben 6 gasten online

Hoe spel je ... ?


Enquête

Waarom zou/bent u lid worden/ geworden?

Genootschap Onze Taal taalnieuws

Spelling

Rood gekleurde oefeningen zijn vrij toegankelijk.

Niveau van de oefeningen:

= vooral geschikt voor onderbouw TL havo/vwo (2F)

= vooral geschikt voor de klassen drie en vier havo/vwo/vier TL (3F)

= vooral geschikt voor bovenbouw havo/vwo (4f)

Tussen haakjes staan de vergelijkbare referentieniveaus taal.

 

Bij het onderdeel spelling worden behandeld:

 

A. De theorie van de spelling van werkwoordsvormen
   
    Met de volgende oefeningen:

BEGINTOETS (niveau brugklas TL/havo/vwo) 

1. Bepaal de werkwoordsvorm  

2. Bepaal je referentieniveau  ,  of  nieuw!

3. Oefening/stappenplan om tot de juiste spelling van een werkwoordsvorm te komen  

4. De tegenwoordige tijd  

5. De tegenwoordige tijd  

6. De tegenwoordige tijd (ik- hij/zij/het- en wij-vorm)

7. De tegenwoordige tijd  

8. De tegenwoordige tijd 

9. De verleden tijd van zwakke werkwoorden  

10. De verleden tijd van sterke werkwoorden  

11. De verleden tijd van zwakke en sterke werkwoorden

12. Voltooide deelwoorden voor zelfstandige naamwoorden    

13. Oefening werkwoordspelling persoonsvormen in de tegenwoordige en verleden tijd 

14. De verleden tijd van sterke en zwakke werkwoorden en voltooide deelwoorden  

15. Oefening tegenwoordige en verleden tijd en deelwoorden van zwakke werkwoorden

16. Oefening vervoeging hebben en zijn  nieuw!

17. De tegenwoordige en verleden tijd van zwakke werkwoorden /

18. De tegenwoordige en verleden tijd van sterke werkwoorden / 

19. Oefening vervoeging onregelmatige werkwoorden 

20. Zwakke, sterke of onregelmatige werkwoorden  

21. Voltooide en onvoltooide deelwoorden 

22  Persoonsvormen in de tegenwoordige en verleden tijd en deelwoorden

23. Volt. deelwoorden en persoonsvormen in de tegenwoordige en verleden tijd  

24. Volt. deelwoorden en persoonsvormen in de tegenwoordige en verleden tijd

25. Gebeurt of gebeurd ?  

26. Moeilijke voltooide deelwoorden  

27. Deelwoorden en persoonsvormen in de tegenwoordige en verleden tijd

28. Deelwoorden en persoonsvormen in de tegenwoordige en verleden tijd

29. Deelwoorden en persoonsvormen in de tegenwoordige en verleden tijd

30. Kruiswoordpuzzel  (Volt. deelwoorden en persoonsvormen in de  tegenwoordige en verleden tijd) 

31. Oefening 1 Engelse werkwoorden   

32. Oefening 2 Engelse werkwoorden

33. Oefening 3 Engelse werkwoorden

 

EINDTOETS TL onderbouw havo/vwo 

EINDTOETS bovenbouw havo/vwo 

 

B. De vormen van het werkwoord

     Met de volgende oefeningen:

1. Oefening werkwoorden herkennen   

2.Oefening werkwoordsvormen  

3. Oefening werkwoordsvormen  

 

C. De belangrijkste spellingregels
   
    Met de volgende oefeningen:

Begintest
  1.                     Schrijf je de woorden aan elkaar of los? 
  2.                     Schrijf je de woorden aan elkaar of los  nieuw!
  3. Oefening vraagzinnen maken zin 1 , zin 2 , zin 3 , zin 4 en zin 5  

 

 

 

TOETSEN


Eindtoets
4TL onderbouw havo/vwo

 


Diagnostische toets havo

Eindtoets bovenbouw havo
 


Diagnostische toets vwo

Eindtoets bovenbouw vwo
 

 
RocketTheme Joomla Templates