Minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem heeft dit jaar de Duidelijketaalprijs gewonnen.
Zinsdeelstukken (bijvoeglijke en bijwoordelijke bepaling en bijstelling)
1. De bijvoeglijke bepaling
Een bijvoeglijke bepaling zegt iets over een zelfstandig naamwoord. Een bijvoeglijke bepaling vind je door te vragen welk/wat voor + het zelfstandige naamwoord?
Voorbeeld:
Denieuwe speler | is | in onze wijk | komen wonen.
nieuwe = bijvoeglijke bepaling bij speler (welke/wat voor speler?) onze = bijvoeglijke bepaling bij wijk (welke/wat voor wijk?)
Bij een zelfstandig naamwoord kan meer dan één bijvoeglijke bepaling staan.
korte en duidelijke = bijvoeglijke bepaling bij uitleg
Een bijvoeglijke bepaling kan heel lang zijn en en weer andere bijvoeglijke bepalingen bevatten. Je moet dan altijd het belangrijkste zelfstandige naamwoord opzoeken.
Voorbeeld:
Tijdens het feest ter ere van de opening van de nieuwe vleugel bij onze school | is |de rector |door de vloer | gezakt.
ter ere van de opening van de nieuwe vleugel bij onze school = bijvoeglijke bepaling bij feest (feest = het belangrijkste zelfstandige naamwoord) Daarna zoek je het belangrijkste zelfstandige naamwoord in de bijvoeglijke bepaling. van de nieuwe vleugel bij onze school = bijvoeglijke bepaling bij opening Vervolgens herhaal je het zoeken. nieuwe = bijvoeglijke bepaling bij vleugel bij onze school = bijvoeglijke bepaling bij vleugel onze = bijvoeglijke bepaling bij school
2. De bijwoordelijke bepaling
De bijwoordelijke bepaling als zindeelstuk zegt iets van een ander woord dan een zelfstandig naamwoord.
Voorbeeld:
Ik vond het boek erg spannend.
erg = bijwoordelijke bepaling bij spannend (geen zelfstandig naamwoord)
In een bijvoeglijke bepaling kan een bijwoordelijke bepaling staan.
Voorbeeld:
Ik vond dat een erg vervelende opmerking.
erg vervelende = bijvoeglijke bepaling bij opmerking
erg = bijwoordelijke bepaling bij vervelend
3. De bijstelling
De bijstelling is een bijzondere bijvoeglijke bepaling. Het zinsdeel waarin een bijstelling staat, bestaat uit twee delen. De delen betekenen ongeveer hetzelfde en zijn verwisselbaar. Een bijsteling staat meestal tussen twee komma's.
Voorbeeld:
Heb je haar nieuwe vriend, die jongen met lang haar, al gegien?
Heb je die jongen met lang haar, haar nieuwe vriend, al gezien?