Wie is online
We hebben 176 gasten en 3 leden online
Enquête
Waarom zou/bent u lid worden/ geworden?
|
|
Een werkwoord noemen we de persoonsvorm als die in een zin aangeeft:
a. de tijd (tegenwoordige of verleden tijd) : ik slaap - sliep
b. enkelvoud of meervoud : zij slaapt - zij slapen
Als je de persoonsvorm zoekt, kun je het beste de zin in een andere tijd zetten. Het werkwoord dat verandert, is de persoonsvorm.
Voorbeeld :
1a.Ik moet de opgaven nog maken. 1b. Ik moest de opgaven nog maken 2a. Ik zoek dat op Cambiumned op. 2b. Ik zocht dat op Cambiumned op
In niet-vraagzinnen is de persoonvorm het tweede zinsdeel.
OEFENINGEN
Begintoets
1. Oefening 1 persoonsvorm  2. Oefening 2 persoonsvorm  3. Oefening 3 persoonsvorm  4. Oefening 4 persoonsvorm   5. Oefening 5 persoonsvorm(en)   6. Oefening persoonsvorm en onderwerp 7. Oefening persoonsvorm en onderwerp  8. Oefening persoonsvorm onderwerp / 
<< terug naar Zinsdelen theorieoverzicht
|
|