Abonnee login



Wie is online

 22 gasten 

Hoe spel je ... ?


Enquête

Wat wil jij vooral oefenen?

Taalnieuws

  • De nieuwe woorden van 1910
    Toen Nicoline van der Sijs in 2001 het proefschrift Etymologie in het digitale tijdperk publiceerde, voorspelde zij dat de sterke toename van digitale bronnen in...
  • Schaatsen of schaatsenrijden?
    Het is nu even aan ’t dooien, maar als het een beetje meezit kunnen we binnenkort onze schaatsen weer onderbinden. Als u dat gedaan hebt...
  • Oude post vol taalvondsten
    Op 6 december 1779, vandaag precies 231 jaar geleden, stuurde de zus van matroos Jacob Smit haar broer een pakketje met sinterklaascadeautjes. De zus woonde...
  • De eerste fatsoensrakker
    Vorige week is de website www.mennoterbraak.nl gelanceerd. Bijzonder aan deze website is dat je naast de gedigitaliseerde versie van een tekst vaak het origineel te...
  • Zwezerik? Zwezer jij?
    Ik kan het hem niet meer vragen, maar ik denk dat mijn vader Toon Hermans de grootste Nederlandse woordkunstenaar vond. Mijn vader speelde zelf ook...

De persoonsvorm


Een werkwoord noemen we de persoonsvorm als die in een zin aangeeft:

a. de tijd (tegenwoordige of verleden tijd) : ik slaap - sliep

b. enkelvoud of meervoud : zij slaapt - zij slapen


Als je de persoonsvorm zoekt, kun je het beste de zin in een andere tijd zetten. Het werkwoord dat verandert, is de persoonsvorm.

Voorbeeld :

1a.Ik moet de opgaven nog maken.
1b. Ik
moest de opgaven nog maken
2a. Ik
zoek dat op Cambiumned op.
2b. Ik
zocht dat op Cambiumned op

In niet-vraagzinnen is  de persoonvorm het tweede zinsdeel.


OEFENINGEN

Begintoets  

1. Oefening 1 persoonsvorm
2. Oefening 2 persoonsvorm
3. Oefening 3 persoonsvorm
4. Oefening 4 persoonsvorm
5. Oefening 5 persoonsvorm(en)
6. Oefening persoonsvorm en onderwerp
7. Oefening persoonsvorm en onderwerp
8. Oefening persoonsvorm onderwerp /


<< terug naar Zinsdelen theorieoverzicht

 
RocketTheme Joomla Templates