Toen Nicoline van der Sijs in 2001 het proefschrift Etymologie in het digitale tijdperk publiceerde, voorspelde zij dat de sterke toename van digitale bronnen in...
Op 6 december 1779, vandaag precies 231 jaar geleden, stuurde de zus van matroos Jacob Smit haar broer een pakketje met sinterklaascadeautjes. De zus woonde...
Vorige week is de website www.mennoterbraak.nl gelanceerd. Bijzonder aan deze website is dat je naast de gedigitaliseerde versie van een tekst vaak het origineel te...
Ik kan het hem niet meer vragen, maar ik denk dat mijn vader Toon Hermans de grootste Nederlandse woordkunstenaar vond. Mijn vader speelde zelf ook...
Het lijdend voorwerp
Je vindt het lijdend voorwerp in een zin door te vragen: wie/wat +gezegde +onderwerp?
Voorbeelden
Hij maakt zijn huiswerk. Wat maakt hij? antwoord: zijn huiswerk zijn huiswerk is lijdend voorwerp
De jongens gooiden sneeuwballen. Wat gooiden de jongens? antwoord: sneeuwballen sneeuwballen is lijdend voorwerp
Razend gooide de leraar een krijtje door de klas. Wat gooide de leraar? antwoord: een krijtje een krijtje is lijdend voorwerp
Ze waarschuwden hem niet op tijd. Wie waarschuwden ze? antwoord: hem hem is lijdend voorwerp
Opmerking:
Controleer eerst of er een koppelwerkwoord in de zin staat want in een zin met een naamwoordelijk gezegde staat geen lijdend voorwerp.
Een andere manier om het lijdend voorwerp te vinden is de volgende: zet een zin die in de bedrijvende vorm staat in de lijdende vorm. Het lijdend voorwerp wordt dan onderwerp.