| Woordsoorten - Voorzetsels |
Pagina 7 van 11
VoorzetselsVoorzetsels komen nooit alleen voor. Ze staan aan het begin van een zinsdeel met een zelfstandignaamwoord of een voornaamwoord: Zij gaan met vakantie naar Noorwegen. Geef het maar aan haar. Met een voorzetsel kun je een plaats, tijd en relatie aangeven: op school, na zonsondergang, met mijn partner.
OEFENINGEN 1. Voorzetsels 2. Voorzetsels 4. Voorzetsels, bijwoorden en voegwoorden 5. Oefening combinaties van een voorzetsel en hebben
|



