Bijvoeglijke naamwoorden kun je voor een zelfstandig naamwoord zetten. Ze noemen een eigenschap van het zelfstadig naamwoord. Bijvoeglijke naamwoorden krijgen in principe de uitgang -e: Het goede boek. De moeilijke oefening. Onhandige jongen.
Er zijn vier situaties waarin een bijvoeglijk naamwoord niet de uitgang -e krijgt:
Wanneer het zelfstandige naamwoord onzijdig is, krijgt het bijvoeglijk naamwoord bij de onbepaalde vorm géén uitgang. Bij de bepaalde vorm krijgt het echter gewoon de uitgang -e: Een mooi kind- Het mooie kind
Wanneer het bijvoeglijk naamwoord een materiaal aanduidt, krijgt het de uitgang -en: De houten lepel, de koperen bel
Wanneer het bijvoeglijk naamwoord een essentieel deel is van de combinatie met het zelfstandig naamwoord, krijgt het geen -e. Bijvoorbeeld: Het meewerkend voorwerp, het openbaar onderwijs
Soms wordt tussen een onbepaald lidwoord en het zelfstandig naamwoord een bijvoeglijk naamwoord zonder -e gebruikt. In dat geval hebben ze een bijzondere betekenis: Een groot staatsman, een talentvol dichter