Abonnee login



Wie is online

 8 gasten 

Hoe spel je ... ?


Enquête

Zijn Facebook en Twitter een aanwinst voor ExtraNed?

Taalnieuws

  • De nieuwe woorden van 1910
    Toen Nicoline van der Sijs in 2001 het proefschrift Etymologie in het digitale tijdperk publiceerde, voorspelde zij dat de sterke toename van digitale bronnen in...
  • Schaatsen of schaatsenrijden?
    Het is nu even aan ’t dooien, maar als het een beetje meezit kunnen we binnenkort onze schaatsen weer onderbinden. Als u dat gedaan hebt...
  • Oude post vol taalvondsten
    Op 6 december 1779, vandaag precies 231 jaar geleden, stuurde de zus van matroos Jacob Smit haar broer een pakketje met sinterklaascadeautjes. De zus woonde...
  • De eerste fatsoensrakker
    Vorige week is de website www.mennoterbraak.nl gelanceerd. Bijzonder aan deze website is dat je naast de gedigitaliseerde versie van een tekst vaak het origineel te...
  • Zwezerik? Zwezer jij?
    Ik kan het hem niet meer vragen, maar ik denk dat mijn vader Toon Hermans de grootste Nederlandse woordkunstenaar vond. Mijn vader speelde zelf ook...

Verwijswoorden

Verwijswoorden verwijzen meestal naar een woord dat al eerder genoemd is of wijzen vooruit naar een woord dat nog genoemd gaat worden.  


Verwijswoorden kunnen voornaamwoorden of bijwoorden zijn.


Persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden


Bij verwijzingen met persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden maken we onderscheid tussen mannelijke, vrouwelijke en onzijdige woorden (het-woorden).


  • hij en zijn verwijzen naar mannelijke (m) woorden
  • zij en haar verwijzen naar vrouwelijke (v) woorden
  • het en zijn naar onzijdige (o) woorden

    Opmerking: Namen van landen en steden zijn onzijdig.

Oefening de of het? indicatie van mogelijkheidsgraad
Oefening de of het?
indicatie van mogelijkheidsgraadindicatie van mogelijkheidsgraad


Als je twijfelt over het geslacht van een woord, kun je een woordenboek raadplegen of gebruik maken van de website:
inventio.nl/genus



HET


Het persoonlijk voornaamwoord het kan verwijzen naar:


1.  een voorafgaande zin (of de belangrijkste woorden uit die zin)

 Voorbeelden:

 Het centrum van Amsterdam is vannacht erg onrustig geweest; ik heb het vanmorgen in de krant gelezen.

 Als je de komende dagen toch weer pijn krijgt, moet je het direct zeggen.

2.  een zin die nog volgt.

Voorbeeld:

Het is erg vervelend dat we niet naar de voorstelling konden.



HUN - HEN - ZE


  • Het persoonlijk voornaamwoord hun gebruik je alleen als meewerkend voorwerp zonder aan of voor.
    Je moet
    hun vragen of ze ook komen.
  • En als hun te vervangen is door een voorzetsel(groep) (met, voor, bij, zich inzetten voor, ten aanzien van, kritiek uitoefenen op etc.) + hen
     
  • Hen gebruik je als lijdend voorwerp en na een voorzetsel.
    Ik zie hen al van verre aankomen.
    Wij zouden dat ook
    van hen krijgen.

Opmerkingen:

  • Hun mag je nooit als onderwerp gebruiken.  
  • Als je niet zeker weet of je hun of hen moet gebruiken kun je altijd ze gebruiken.   

Oefening hun/hen 1
Oefening hun/hen 2


Aanwijzende en betrekkelijke voornaamwoorden


Aanwijzende voornaamwoorden

  • deze en die verwijzen naar de - woorden
  • dit en dat verwijzen het - woorden

Betrekkelijke voornaamwoorden

  • die verwijst naar mannelijke en vrouwelijke woorden
  • dat verwijst naar onzijdige woorden

Het betrekkelijk voornaamwoord wat

In de volgende gevallen gebruik je het betrekkelijk voornaamwoord wat:


  • na onbepaalde voornaamwoorden: alles, iets, niets, veel, het enige
    Alles wat hij wist, schreef hij op.
  • na een overtreffende trap: het mooiste, het aardigste, het grootste
    Het mooiste wat ik gelezen heb, zal ik je vertellen.
  • als je wat kunt vervangen door datgene wat 
    Wat ik niet vergeten ben, zal ik noteren
  • als wat terugverwijst naar een voorafgaande zin.
    Hij zei toen iets totaal anders,
    wat me irriteerde.


Bijwoorden


Bijwoorden als hierop, eraan, waarop, daarover, enz. 
verwijzen naar woorden of woordgroepen.

Hij is toch gekomen; hierop hadden we niet gerekend.
We waren eraan gewend dat hij niet kwam

Deze bijwoorden kun je splitsen.

Roken is schadelijk voor je gezondheid; daarvan zal je spijt  krijgen.
Roken is schadelijk voor je gezondheid; daar zal je spijt van krijgen.



Overzicht verwijswoorden

antecedent

pers.vnw

bez.vnw

aanw..vnw

betrek..vnw

mannelijk

hij, hem

zijn

deze, die

die

vrouwelijk

zij, ze

haar

deze, die

die

onzijdig

het

zijn

dit,dat

dat

meervoud

zij, ze als onderwerp
hen als lijdend voorwerp en na een voorzetsel
hun als meewerkend voorwerp

hun

deze, die

die

  • Bij voornaamwoordelijke bijwoorden maken we een onderscheid tussen woorden die verwijzen naar zaken en personen.
  • Bij zaken gebruiken we: waaraan, waarvoor, waarover, waarmee etc.
  • Bij personen (mannelijk, vrouwelijk en meervoud) gebruiken we: aan wie, met wie, over wie, voor wie etc.


OEFENINGEN 

 

Oefening 1 verwijswoorden
Oefening 2 verwijswoorden
Oefening foute verwijswoorden


Meer theorie

Foutieve verwijswoorden

Slordige verwijswoorden

 
 

 
RocketTheme Joomla Templates