| De lijdende (passieve) en bedrijvende (actieve) vorm |
|
Bekijk de volgende zinnen: 1. De man koopt een computer. 2. Een computer wordt door de man gekocht. Zin 1 staat in de bedrijvende (actieve) vorm. In deze zin staat een werkwoordelijk gezegde (koopt), een onderwerp (de man) en een lijdend voorwerp (een computer). Let op! Als een bedrijvende zin in de onvoltooide tijd staat, moet je in de lijdende zin het hulpwerkwoord worden gebruiken. Als je een bedrijvende zin in de voltooide tijd omzet in een lijdende zin, moet je het hulpwerkwoord zijn gebruiken. Als je zinnen omzet van de bedrijvende vorm naar de lijdende vorm of andersom moet de tijd van de zin hetzelfde blijven. Zie voor het bepalen van de tijd van een zin de pagina tijden. Voorbeelden: 1. De man heeft de computer gekocht. (v.t.t.) 2. De man zal de computer kopen. (o.t.t.t.) 3. De man zou de computer gekocht hebben. (v.v.t.t.) OEFENINGEN Oefening 1 lijdende en bedrijvende vorm
|


/