|
Als in een zin een bevel of opdracht staat en die zin heeft geen onderwerp, dan staat de zin in de gebiedende wijs.
De zin begint met een persoonsvorm die bestaat uit de stam van het werkwoord.
Voorbeelden:
Leg neer die bal! Doe je mond open! Pak je boek! Ga de klas uit!
Opmerking
Als na het werkwoord het persoonlijk voornaamwoord u wordt gebruikt, dan komt er wel een -t na de stam: Gaat u maar voor, Noteert u dat even.
|
Wat overkomt je
Liever nog dan dit was ik wiskundige geworden. Getallen rijmen immers vaker op elkaar dan woorden. Ik sta nog steeds met het goede in mijn hand en grijp naar de kade. Het is het begin van de optelsom.
Je kunt niet zwaaien zonder armen, zoals je als kind niet kunt geloven als er niemand is die je bedondert. (Bovendien kun je niet zwaaien als je het goede in je handen bewaart). Er is geen samenhang zonder samen, maar meer dan dat geen taal op de wereld zonder gebiedende wijs.
Dat is de prijs die je betaalt: de nul aan het einde van de optelsom, het ontbreken dat nog altijd beter is dan breken alleen. Het met koppige ogen op een keerpunt staan en je toch neerleggen bij het feit dat de kade verlaten is. Wat heb je jezelf dan nog te zeggen - er is nu eenmaal geen taal op de wereld waarin weggaan een wederkerend werkwoord is, dat overkomt je.
Lieke Marsman
|
|