|
Bij het onderdeel grammatica worden behandeld:
1. Zinsdelen:
De persoonsvorm Het werkwoordelijk en naamwoordelijk gezegde Het onderwerp Het lijdend voorwerp Het meewerkend voorwerp Het voorzetselvoorwerp De bijwoordelijke bepaling De bepaling van gesteldheid
2. Zinsdeelstukken:
De bijvoeglijke en bijwoordelijke bepaling
3. De samengestelde zin
4. Lijdende en bedrijvende vorm
5. De tijden van het gezegde (met stappenplan)
6. Gebiedende wijs
7. Verwijswoorden
8. Woordsoorten:
werkwoorden lidwoorden zelfstandige naamwoorden bijvoeglijke naamwoorden telwoorden voorzetsels bijwoorden voegwoorden voornaamwoorden tussenwerpsels
Alle theorieonderdelen zijn voorzien van een groot aantal oefeningen:
Oefeningen grammatica
Rode oefeningen zijn vrij toegankelijk!
Niveau van de oefeningen:
= vooral geschikt voor brugklas havo/vwo/1 en 2 TL (2F)
/  = vooral geschikt voor de klassen 2 havo/vwo/3 en 4 TL (3F)
= vooral geschikt voor 3 havo/vwo (4F)
Tussen haakjes staan de vergelijkbare referentieniveaus taal.
Zinsontleding
Begintoets 
Oefening zinsdelen bepalen 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 
1. Oefening 1 persoonsvorm  2. Oefening 2 persoonsvorm  3. Oefening 3 persoonsvorm  4. Oefening 4 persoonsvorm   5. Oefening 5 persoonsvorm(en)   6. Oefening persoonsvorm en onderwerp 7. Oefening persoonsvorm en onderwerp  8. Oefening persoonsvorm en onderwerp /  9. Oefening werkwoordelijk gezegde  10. Oefening werkwoordelijk gezegde  11. Oefening werkwoordelijke uitdrukking / nieuw! 12. Oefening naamwoordelijk gezegde  13. Oefening naamwoordelijk gezegde /  14. Oefening naamwoordelijk gezegde of lijdend voorwerp /  15. Oefening 1 gezegde /  16. Oefening 2 gezegde /  17. Oefening 1 onderwerp  18. Oefening 2 onderwerp /  19. Oefening onderwerp en lijdend voorwerp 20. Oefening lijdend voorwerp  21. Oefening lijdend voorwerp  22. Oefening 2 lijdend voorwerp /  23. Oefening meewerkend voorwerp  24. Oefening meewerkend voorwerp   25. Oefening voorzetselvoorwerp   26. Oefening voorzetselvoorwerp of bijw. bepaling  27. Oefening 1 bijwoordelijke bepaling   28. Oefening 2 bijwoordelijke bepaling  29. Oefening lv, mv, vv of bwb  30. Oefening bijvoeglijke bepaling  31. Oefening bijvoeglijke bepaling  32. Oefening bijvoeglijke en bijwoordelijke bepaling   33. Oefening bepaling van gesteldheid   34. Oefening bijstelling  nieuw! 35. Oefening lijdende en bedrijvende vorm /  36. Oefening lijdende en bedrijvende vorm   37. Oefening tijden  38. Oefening tijden /  39. Oefening gebiedende wijs  40. Oefening samengestelde zin /  41. Oefening samengstelde zin 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 /  42. Oefening samengestelde zin   43 Kruiswoordpuzzel over grammatica  
Diagnostische toets  
Toets niveau 2 havo/vwo/3TL / 
Eindtoets onderbouw 3 havo/vwo /4TL 
Woordbenoeming
1. Werkwoorden 1  zelfstandige werkwoorden, hulpwerkwoorden en koppelwerkwoorden 2. Werkwoorden 2  zelfstandige werkwoorden, hulpwerkwoorden en koppelwerkwoorden 3. Werkwoorden 3   zelfstandige werkwoorden, hulpwerkwoorden en koppelwerkwoorden 4. Oefening lidwoorden  5. Bepaalde lidwoorden Oefening de of het? 6. Bepaalde lidwoorden  Oefening de of het? 7. Naamwoorden en lidwoorden Zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, bepaalde en onbepaalde lidwoorden 8. Persoonlijke, bezittelijke of wederkerende voornaamwoord? 9. Persoonlijk, wederkerend of wederkerig voornaamwoord?  10. Vragend voornaamwoord of bijwoord?  11. Persoonlijk of bezittelijk voornaamwoord? /  12. Oefening werkwoord of zelfstandig naamwoord? /  13. Betrekkelijke voornaamwoorden /  14. Aanwijzende voornaamwoorden /  15. Betrekkelijk (met ingesloten antecedent), aanwijzend of vragend voornaamwoord?   16. Voorzetsels  17. Voorzetsels / 18. Telwoorden 1 /  19. Telwoorden 2   20. Voorzetselverbindingen  21. Voornaamwoorden  persoonlijke, wederkerende, wederkerige, bezittelijke, aanwijzende, vragende, betrekkelijke en onbepaalde voornaamwoorden 22. Bijwoorden   23. Betrekkelijk voornaamwoord of voegwoord?   24. Voorzetsels, bijwoorden en voegwoorden  25. Tussenwerpsels 
Diagnostische toets 
Eindtoets onderbouw havo/vwo/4TL 
|