Abonnee login



Wie is online

 9 gasten 

Hoe spel je ... ?


Enquête

Heeft u behoefte aan extra begeleiding/uitleg?

Taalnieuws

  • De nieuwe woorden van 1910
    Toen Nicoline van der Sijs in 2001 het proefschrift Etymologie in het digitale tijdperk publiceerde, voorspelde zij dat de sterke toename van digitale bronnen in...
  • Schaatsen of schaatsenrijden?
    Het is nu even aan ’t dooien, maar als het een beetje meezit kunnen we binnenkort onze schaatsen weer onderbinden. Als u dat gedaan hebt...
  • Oude post vol taalvondsten
    Op 6 december 1779, vandaag precies 231 jaar geleden, stuurde de zus van matroos Jacob Smit haar broer een pakketje met sinterklaascadeautjes. De zus woonde...
  • De eerste fatsoensrakker
    Vorige week is de website www.mennoterbraak.nl gelanceerd. Bijzonder aan deze website is dat je naast de gedigitaliseerde versie van een tekst vaak het origineel te...
  • Zwezerik? Zwezer jij?
    Ik kan het hem niet meer vragen, maar ik denk dat mijn vader Toon Hermans de grootste Nederlandse woordkunstenaar vond. Mijn vader speelde zelf ook...

Grammatica

Bij het onderdeel grammatica worden behandeld:


 

1. Zinsdelen:

De persoonsvorm
Het werkwoordelijk en naamwoordelijk gezegde
Het onderwerp
Het lijdend voorwerp
Het meewerkend voorwerp
Het voorzetselvoorwerp
De bijwoordelijke bepaling
De bepaling van gesteldheid

 

 

2. Zinsdeelstukken:

De bijvoeglijke en bijwoordelijke bepaling

 

 

3. De samengestelde zin


4. Lijdende en bedrijvende vorm


5. De tijden van het gezegde (met stappenplan)


6. Gebiedende wijs


7. Verwijswoorden


8. Woordsoorten:

werkwoorden
lidwoorden
zelfstandige naamwoorden
bijvoeglijke naamwoorden
telwoorden
voorzetsels
bijwoorden
voegwoorden
voornaamwoorden
tussenwerpsels

 

 

Alle theorieonderdelen zijn voorzien van een groot aantal oefeningen:

 

 

 

Oefeningen grammatica

 


Rode oefeningen zijn vrij toegankelijk!

Niveau van de oefeningen:

      = vooral geschikt voor brugklas havo/vwo/1 en 2 TL (2F)

     / = vooral geschikt voor de klassen 2 havo/vwo/3 en 4 TL (3F)

     = vooral geschikt voor 3 havo/vwo (4F)

Tussen haakjes staan de vergelijkbare referentieniveaus taal.

 

 

Zinsontleding

Begintoets   

Oefening zinsdelen bepalen 1  2   3  4  6  7  8  9  10  11  12  13  14 

1. Oefening 1 persoonsvorm
2. Oefening 2 persoonsvorm
3. Oefening 3 persoonsvorm
4. Oefening 4 persoonsvorm
5. Oefening 5 persoonsvorm(en)
6. Oefening persoonsvorm en onderwerp
7. Oefening persoonsvorm en onderwerp
8. Oefening persoonsvorm en onderwerp /
9. Oefening werkwoordelijk gezegde
10. Oefening werkwoordelijk gezegde
11. Oefening naamwoordelijk gezegde
12. Oefening naamwoordelijk gezegde /
13. Oefening naamwoordelijk gezegde of lijdend voorwerp /
14. Oefening 1 gezegde /
15. Oefening 2 gezegde /
16. Oefening 1 onderwerp
17. Oefening 2 onderwerp /
18. Oefening onderwerp en lijdend voorwerp nieuw!
19. Oefening 1 lijdend voorwerp
20. Oefening 2 lijdend voorwerp /
21. Oefening meewerkend voorwerp
22. Oefening meewerkend voorwerp
23. Oefening voorzetselvoorwerp
24. Oefening voorzetselvoorwerp of bijw. bepaling
25. Oefening 1 bijwoordelijke bepaling
26. Oefening 2 bijwoordelijke bepaling  
27. Oefening lv, mv, vv of bwb
28
. Oefening bijvoeglijke bepaling  
29. Oefening bijvoeglijke bepaling   nieuw! 
30. Oefening bijvoeglijke en bijwoordelijke bepaling
31. Oefening bepaling van gesteldheid
32. Oefening lijdende en bedrijvende vorm /
33. Oefening lijdende en bedrijvende vorm
34. Oefening tijden
35. Oefening tijden /
36. Oefening gebiedende wijs
37. Oefening samengestelde zin /
38. Oefening samengstelde zin 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 /
39. Oefening samengestelde zin
40 Kruiswoordpuzzel over grammatica


Diagnostische toets


Toets niveau 2 havo/vwo/3TL /


Eindtoets onderbouw 3 havo/vwo /4TL


Woordbenoeming

1. Werkwoorden 1
zelfstandige werkwoorden, hulpwerkwoorden en koppelwerkwoorden
2. Werkwoorden
2
zelfstandige werkwoorden, hulpwerkwoorden en koppelwerkwoorden
3. Werkwoorden 3
zelfstandige werkwoorden, hulpwerkwoorden en koppelwerkwoorden
4. Oefening lidwoorden
5. Bepaalde lidwoorden  Oefening de of het?
6. Bepaalde lidwoorden  Oefening de of het?
7. Naamwoorden en lidwoorden
Zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, bepaalde en onbepaalde lidwoorden
8. Persoonlijke, bezittelijke of wederkerende voornaamwoord?  
9. Persoonlijk, wederkerend of wederkerig voornaamwoord?
10. Vragend voornaamwoord of bijwoord?
11. Persoonlijk of bezittelijk voornaamwoord? /
12. Oefening werkwoord of zelfstandig naamwoord? /
13. Betrekkelijke voornaamwoorden /
14. Aanwijzende voornaamwoorden /
15. Betrekkelijk (met ingesloten antecedent), aanwijzend of vragend voornaamwoord? 
16. Voorzetsels
17. Voorzetsels  /
18. Telwoorden 1 /
19. Telwoorden 2
20. Voorzetselverbindingen  
21 . Voornaamwoorden  
persoonlijke, wederkerende, wederkerige, bezittelijke, aanwijzende, vragende, betrekkelijke en onbepaalde voornaamwoorden 
22. Bijwoorden
23. Betrekkelijk voornaamwoord of voegwoord?
24. Voorzetsels, bijwoorden en voegwoorden
25. Tussenwerpsels


Diagnostische toets
 

Eindtoets onderbouw havo/vwo/4TL  

 

 
RocketTheme Joomla Templates