canlı maç izle maç izle maç yayınları tatlı tarifleri karikatür


Abonnee login



Wie is online

We hebben 13 gasten online

Hoe spel je ... ?


Enquête

Waarom zou/bent u lid worden/ geworden?

Genootschap Onze Taal taalnieuws

Grammatica

Bij het onderdeel grammatica worden behandeld:

 

 

1. Zinsdelen:

De persoonsvorm
Het werkwoordelijk en naamwoordelijk gezegde
Het onderwerp
Het lijdend voorwerp
Het meewerkend voorwerp
Het voorzetselvoorwerp
De bijwoordelijke bepaling
De bepaling van gesteldheid

 

 

2. Zinsdeelstukken:

De bijvoeglijke en bijwoordelijke bepaling

 

 

3. De samengestelde zin


4. Lijdende en bedrijvende vorm


5. De tijden van het gezegde (met stappenplan)


6. Gebiedende wijs


7. Verwijswoorden


8. Woordsoorten:

werkwoorden
lidwoorden
zelfstandige naamwoorden
bijvoeglijke naamwoorden
telwoorden
voorzetsels
bijwoorden
voegwoorden
voornaamwoorden
tussenwerpsels

 

 

Alle theorieonderdelen zijn voorzien van een groot aantal oefeningen:

 

 

 

Oefeningen grammatica

 


Rode oefeningen zijn vrij toegankelijk!

Niveau van de oefeningen:

     = vooral geschikt voor brugklas havo/vwo/1 en 2 TL (2F)

     / = vooral geschikt voor de klassen 2 havo/vwo/3 en 4 TL (3F)

     = vooral geschikt voor 3 havo/vwo (4F)

Tussen haakjes staan de vergelijkbare referentieniveaus taal.

 

 

Zinsontleding

Begintoets   

Oefening zinsdelen bepalen 1  2   3  4  6  7  8  9  10  11  12  13  14 

1. Oefening 1 persoonsvorm
2. Oefening 2 persoonsvorm
3. Oefening 3 persoonsvorm
4. Oefening 4 persoonsvorm
5. Oefening 5 persoonsvorm(en)
6. Oefening persoonsvorm en onderwerp
7. Oefening persoonsvorm en onderwerp
8. Oefening persoonsvorm en onderwerp /
9. Oefening werkwoordelijk gezegde
10. Oefening werkwoordelijk gezegde
11. Oefening werkwoordelijke uitdrukking / nieuw!

12. Oefening naamwoordelijk gezegde
13. Oefening naamwoordelijk gezegde /
14. Oefening naamwoordelijk gezegde of lijdend voorwerp /
15. Oefening 1 gezegde /
16. Oefening 2 gezegde /
17. Oefening 1 onderwerp
18. Oefening 2 onderwerp /
19. Oefening onderwerp en lijdend voorwerp 
20. Oefening lijdend voorwerp
21. Oefening lijdend voorwerp

22. Oefening 2 lijdend voorwerp /
23. Oefening meewerkend voorwerp
24. Oefening meewerkend voorwerp
25. Oefening voorzetselvoorwerp
26. Oefening voorzetselvoorwerp of bijw. bepaling
27. Oefening 1 bijwoordelijke bepaling
28. Oefening 2 bijwoordelijke bepaling  
29. Oefening lv, mv, vv of bwb
30. Oefening bijvoeglijke bepaling  
31. Oefening bijvoeglijke bepaling   
32. Oefening bijvoeglijke en bijwoordelijke bepaling
33. Oefening bepaling van gesteldheid
34. Oefening bijstelling  nieuw!

35. Oefening lijdende en bedrijvende vorm /
36. Oefening lijdende en bedrijvende vorm
37. Oefening tijden
38. Oefening tijden /
39. Oefening gebiedende wijs
40. Oefening samengestelde zin /
41. Oefening samengstelde zin 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 /
42. Oefening samengestelde zin
43 Kruiswoordpuzzel over grammatica


Diagnostische toets


Toets niveau 2 havo/vwo/3TL /


Eindtoets onderbouw 3 havo/vwo /4TL


Woordbenoeming

1. Werkwoorden 1
zelfstandige werkwoorden, hulpwerkwoorden en koppelwerkwoorden
2. Werkwoorden
2
zelfstandige werkwoorden, hulpwerkwoorden en koppelwerkwoorden
3. Werkwoorden 3
zelfstandige werkwoorden, hulpwerkwoorden en koppelwerkwoorden
4. Oefening lidwoorden
5. Bepaalde lidwoorden  Oefening de of het?
6. Bepaalde lidwoorden  Oefening de of het?
7. Naamwoorden en lidwoorden
Zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, bepaalde en onbepaalde lidwoorden
8. Persoonlijke, bezittelijke of wederkerende voornaamwoord?  
9. Persoonlijk, wederkerend of wederkerig voornaamwoord?
10. Vragend voornaamwoord of bijwoord?
11. Persoonlijk of bezittelijk voornaamwoord? /
12. Oefening werkwoord of zelfstandig naamwoord? /
13. Betrekkelijke voornaamwoorden /
14. Aanwijzende voornaamwoorden /
15. Betrekkelijk (met ingesloten antecedent), aanwijzend of vragend voornaamwoord? 
16. Voorzetsels
17. Voorzetsels  /
18. Telwoorden 1 /
19. Telwoorden 2
20. Voorzetselverbindingen  
21. Voornaamwoorden  
persoonlijke, wederkerende, wederkerige, bezittelijke, aanwijzende, vragende, betrekkelijke en onbepaalde voornaamwoorden 
22. Bijwoorden
23. Betrekkelijk voornaamwoord of voegwoord?
24. Voorzetsels, bijwoorden en voegwoorden
25. Tussenwerpsels


Diagnostische toets
 

Eindtoets onderbouw havo/vwo/4TL  

 

 
RocketTheme Joomla Templates